Kamp Amersfoort
Het kamp, gelegen in Leusden aan de zuidrand van Amersfoort, werd in 1939 in gebruik genomen als kazernecomplex voor Nederlandse gemobiliseerde militairen, die werden ingezet bij de aanleg en verbetering van de Grebbelinie, en de verdedigingswerken rond Amersfoort.
Vanaf 1941 deed het voor de Duitse bezetters dienst als Polizeiliches Durchgangslager & Erweitertes Polizeigefängnis (kortweg: Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (PDA)). Het was een transit-kamp voor uitzending naar Duitsland, maar het voldeed zeker ook aan de criteria voor werkkamp of strafkamp. Op 18 augustus 1941 kwamen de eerste gevangenen, een groep van bijna 200 communisten, uit kamp Schoorl.
De grootste groep bestond uit opgepakte onderduikers, meestal jongens en mannen die aan de Arbeitseinsatz hadden willen ontkomen en nu in Amersfoort werden 'voorbereid' op tewerkstelling in Duitsland.
Amersfoort was een berucht kamp. Kampbeulen als de SS'er Kotälla maakten er de dienst uit, en werden door niets in hun wreedheid beperkt.
In het kamp verbleven in de jaren 1941-1945 ruim 35.000 gevangenen. Daarvan werden ca. 14.000 doorgestuurd naar (meestal Duitse) werkkampen, en werden ca. 5.000 overgebracht naar andere kampen. Ruim 15.000 gevangenen zijn vrijgelaten, gevlucht, geëxecuteerd of van ontberingen omgekomen. In totaal 650 mensen overleden door Duits geweld.
"Rozentuin", een speciaal afgerasterd veld bij de ingang van Kamp Amersfoort, waarin gevangenen voor straf urenlang of een nacht staande moesten doorbrengen, 1941-1945
foto: internet